Waarom ik voorzitter wil worden van de PvdA

Bijgewerkt op: jul 13

“Solidariteit is geen linkse hobby, maar bittere noodzaak”

(foto: Frank de Ruiter)


Het was bijna twee weken winter geweest, maar op deze maandagochtend in maart, was de sneeuw dan eindelijk aan het smelten. Ik stapte in de tram bij winkelcentrum Brazilië in de Amsterdamse wijk Zeeburg, waar mijn vriendin woont. Ik had mijn oortjes in en luisterde naar het nieuwe album van Bruce Springsteen. Ik zou die dag online lesgeven en nakijken in “De Leeuwenburg”, een gebouw van de Hogeschool van Amsterdam bij station Amsterdam-Amstel.


Mondkapje

Honderd meter voor halte Weesperplein stond ik op om uit te checken. Iets verderop in de tram stond een jonge vrouw met een hoofddoek om. Ze hield een kinderwagen vast. Haar man stond naast haar: een grote vent met borstelige wenkbrauwen, net als zijn vrouw met een mondkapje op. Hij wees naar me en leek wat te zeggen. Nu hoorde ik achter me ook de conductrice iets naar me roepen. Ik draaide me om. Ook zij gebaarde naar me. Ietwat ontregeld deed ik mijn oortjes af en liet ze bungelen op mijn schouders.

“U heeft geen mondkapje op!”, zei de conductrice verontrust.

Geschrokken greep ik uit de linkerzak van mijn jas een mondkapje, zo’n blauw wegwerpgeval, en deed dit om. We kwamen net aan bij de halte waar ik moest uitstappen en waar ik een paar seconden later dat mondkapje dus ook weer af kon doen.

“Ach ja”, zei de man, toen de deuren bij mijn uitgang al open sprongen. “Het zijn ook krengen die dingen. Ik zal blij zijn als we er straks vanaf zijn.” Hij en zijn vrouw lachten me vriendelijk toe.


Ontregeling

Hoezo “lachten” ze? Hun monden waren toch niet te zien? Maar het was waar, ze lachten. Als deze tijd ons iets heeft geleerd, dan is het dat ogen daadwerkelijk kunnen lachen. Ze deden me goed, die ogen van die man en vrouw. Zoals ook zijn opmerking mij goed deed. Mijn kortstondige moment van ontregeling had de man er alsnog toe bewogen om mij met een relativerende opmerking gerust te stellen.


Publieke ruimte

Toen ik daarna naar de metro liep om mijn reis te vervolgen, bedacht ik hoe fijn dat is, dat mensen, met al hun eigen sores en geploeter, in de publieke ruimte nog altijd oog hebben voor elkaar, en hoe ze elkaar met een klein woord, een klein gebaar, met de ziel in hun ogen, tot steun kunnen zijn. Dat mensen nog altijd de mens zien in de ander, en niet een of ander vaag wezen dat weliswaar beweegt en geluid maakt, maar dat ons verder volledig koud laat.


Emancipatie

Ik moest denken hoe ik tien jaar geleden begon als docent journalistiek bij de Hogeschool van Amsterdam, na dertien jaar te hebben gewerkt als journalist. Ik zag de studenten de eerste maanden als een soort vaag, massief blok onwetendheid. Ik was geschrokken van hun schrijfvaardigheden, dat ze “wel is” schreven in plaats van “wel eens”, dat ze geen behoorlijke Nederlandse zin op papier kregen zonder een dt-fout te maken. Maar na ongeveer een half jaar begon dat beeld te kantelen. En met het wegebben van mijn onzekerheid als docent, groeide mijn interesse in de student en leerde ik ze alsnog kennen. Ik sprak met ze, hoorde en las hun verhalen, soms schrijnend, over hun thuissituatie, over (geestelijke) verwaarlozing, misbruik, verkrachting, racisme, armoede, eetstoornissen, ziekte, dood, een coming-out in een onveilige omgeving, dyslexie, add, adhd, autisme. Maar ik hoorde ook hun dromen, maakte hun successen mee, de overwinning op hun eigen angsten en onzekerheden. Ik zag ze succesvol uitzwermen over de maatschappij. Ik zag met eigen ogen dat het onderwijs daadwerkelijk een motor van emancipatie is.


Visieloosheid

In de jaren dat ik als docent de studenten steeds meer mens zag worden, gebeurde bij de overheid precies het tegenovergestelde. Onder het trotse vaandel van de visieloosheid van Rutte werd de burger aan zijn lot overgelaten. Eigen verantwoordelijkheid, heette dat ferm. En veel mensen ging dat best goed af, die wisten het goed voor zichzelf te regelen.

Een paar jaar terug hoorde ik iemand zeggen: “Wij stemmen op de VVD, want dat is beter voor ons.” “Ons”, in de betekenis van de eigen groep en niet “ons allemaal”. Het vuur van de solidariteit, van burgerschap, de idee dat wij samen deze samenleving vormen en vormgeven, dat wij gedeelde rechten, plichten en verantwoordelijkheden hebben, is langzaam aan het doven. De bewoners van het rijke reservaat, waar kansen en mogelijkheden eindeloos zijn, waar kinderen naar elitaire scholen gaan die hen nog beter voorbereiden op een succesvol leven, hebben vaak nauwelijks benul van die andere kant: de mensen die een paar kilometer verderop leven in sociale ellende en armoede, die door schuldenstress ongezond eten, die een grotere kans hebben om ziek te worden en eerder te overlijden door de fijnstof buiten hun huis, waar kinderen in hun mogelijkheden en kansen worden beperkt.


Toekomst

Ik heb twee dochters van 17 en 15. En ik maak me zorgen om hun toekomst. Niet omdat zij weinig kansen hebben, want die hebben ze wel. Maar vinden ze een woning? Is de aarde nog wel leefbaar als zij oud zijn en zelf kinderen hebben? Hoe warm wordt het in Nederland in 2050? Of je nu rijk of arm bent, of tot de middenklasse behoort, het zijn onze kinderen en kleinkinderen die sámen in die toekomst moeten leven en alleen sámen kunnen we er nu voor zorgen dat die toekomst leefbaar is.


Eerlijk

Solidariteit met de generaties na ons vereist dat we eerlijk zijn over de gevolgen van ons handelen (of niet handelen) voor de toekomst en voor de mensen die dan leven. Juist in deze tijd, waarin de waarheid zo’n vaag begrip is geworden in handen van populisten, moet zij veel nadrukkelijker handen en voeten krijgen binnen onze democratie. Daar ligt een taak voor de PvdA. Laten wij de waarheid promoten in het politieke en publieke debat door aan te dringen op een debat gebaseerd op feiten en falsifieerbaar onderzoek. Wij moeten de durf hebben om niet alleen andere partijen, maar ook elkaar elkaar aan te spreken op feitelijke onjuistheden waarmee we tegenstanders mogelijk trachten te framen. Alleen dan kunnen we eerlijk met elkaar praten over de problemen waar we als samenleving met z’n allen mee te maken hebben en krijgen.


Ombudsteam

De PvdA-afdeling Hilversum, waar ik nu een paar jaar voorzitter van ben, heeft een actief ombudsteam. Mensen die wekelijks vrijwillig Hilversummers helpen die in de problemen zijn gekomen met de overheid, met de huurbaas, verzekeringskantoren, schuldeisers. Dat ombudsteam krijgt daar niks voor terug, niemand betaalt hen, ze doen het “om niet”. Ze helpen jaarlijks bijna honderd Hilversummers in nood. In dat ombudsteam zit ook iemand die geen PvdA-lid is en die ook niet op de PvdA stemt. Ze heeft een goede baan en hoeft zich financieel geen zorgen te maken. Juist daarom vindt zij het belangrijk om iets terug te doen, om mensen te helpen die het minder hebben, omdat zij ziet dat wij één samenleving zijn en de kansen oneerlijk zijn verdeeld.


Mensen

Oog hebben voor elkaar, docenten die hun leerlingen zien, de overheid die haar burgers ziet, burgers die elkaar zien, wij allen die de generaties na ons zien. Daar staat de PvdA voor. En die boodschap mogen we als PvdA nog sterker verkondigen. En wat mij betreft doen we dat niet alleen, maar samen met GroenLinks, een partij waar we inmiddels zoveel overeenkomsten mee hebben dat het onbegrijpelijk zou zijn wanneer we niet verder samen zouden optrekken. We kunnen een groene toekomst niet realiseren zonder sociale rechtvaardigheid: groen kan niet zonder rood.

Ik wil als voorzitter van de PvdA onze idealen zo concreet mogelijk vertalen naar politiek die mensen centraal stelt. Solidariteit is daarbij het sleutelbegrip. Niet omdat wij sociaaldemocraten nu eenmaal zo dol zijn op solidariteit. Solidariteit is geen linkse hobby, maar bittere noodzaak.


2,027 keer bekeken3 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven

Samen voor iedereen

Of ik nu wel of niet voorzitter word van de partij, dit is mijn lied voor de PvdA.